Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
Op 16 september 2019 kwam er bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) een melding binnen dat er een zending met vermoedelijk verdovende middelen was aangetroffen bij [naam transportbedrijf] in De Lier. De zending betrof twee pallets met in totaal 32 dozen met bevroren kipsaté en satésaus. Op één van de pallets stond een geopende bak satésaus met daarin een blok dat volgens een indicatieve test van de Douane cocaïne betrof. Een medewerker van [naam transportbedrijf] vertelde dat het eerste nummer waarmee hij werd benaderd over deze zending het telefoonnummer [telefoonnummer 1] was.
is het gelukt?”, “
heb je het ontvangen gisteren?”, “
wil je me aub laten weten als je t hebt dan ben ik wat rustiger”. Om 21:06 appte [verdachte] : “
Nog steeds niks?”. Tussen 22:00 en 22:06 uur schreef [verdachte] : “
Hoop dat je zelf ziet dat dit kk belachelijk is. We zien het maandag wel.”.
Ik ben zo klaar met wachten en kanon voer elke hoek te moeten vreten als het morgen mis gaat zie ik het dan wel ook was zo klaar ermee gisteren zo lang wachten had alles inde hoek geankerd en ben naar bed gegaan”. Op maandag 16 september 2019 zouden de pallets met verdovende middelen worden verzonden.
Ik heb niet gezegd ik heb geen tijd ik wacht op die mongolen van die vent ik zal zo alles door sturen b&o is de man van overkant die staan los van die andere das het nieuwe wat morgen weg gaat” en “
Je gaat altijd druk zetten op momenten dat het zo druk is en als ik wat kon uitbesteden had ik mijn handen vrij om daar ruzie over te maken maar ik hou mezelf rustig doordat we nog steeds met onze hele kanker zooi in het oog staan van”. Vervolgens stuurde [medeverdachte 1] een afbeelding met daarop een e-mail van [getuige 1] van [naam transportbedrijf] met de tekst: “Nee op De Lier is prima. Kan je me nog een mailtje sturen met gegevens voor te lossen?”
ik ga morgen zeker gas geven en dan zien we wel wat er van gaat komen”.
heeft 2tps verpest”. Hier wordt hoogstwaarschijnlijk “twee transporten” mee bedoeld. Ook schreef mr porno “
ik denk niet dat hij jou of mij gaat noemen. Hij weet dat zijn vrouw bij mij zit.”. [verdachte] antwoordde: “
Ja er is zoizo gestolen man […] van die laatste”,waarop mr porno vroeg: “
van die van Westland?”. [verdachte] antwoordde: “
Douane verklaring heb ik gelezen, Kwam aan bij [naam transportbedrijf] en pallet was al open”
[…] “ik heb contact met Dubai en de aantallen kloppen niet wat in beslag is genomen, Was meer, Dus er is gegraaid”.
b&o is de man van overkant die staan los van die andere das het nieuwe wat morgen weg gaat”) en hem daarover informatie in de vorm van een e-mail van [naam transportbedrijf] stuurde. Daarnaast valt op dat [verdachte] druk lijkt uit te oefenen op [medeverdachte 1] met betrekking tot “20k” en [verdachte] de verhalen van [medeverdachte 1] niet lijkt te vertrouwen (“
Ik zegje 100 keer wees eerlijk klaar”). Nu ook uit het chatverkeer blijkt dat [medeverdachte 1] kennelijk twee transporten heeft verpest, bestaat de reële mogelijkheid dat [verdachte] , althans de personen of organisaties voor wie hij mogelijk optrad, geldelijke compensatie had(den) geëist van [medeverdachte 1] en dat [verdachte] , althans deze personen of organisaties, dus belang had(den) bij het slagen van het transport. Kennis van en belang bij het transport is op zichzelf genomen echter niet voldoende om medeplegen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bewezen te verklaren. De rechtbank acht de overige, hiervoor aangehaalde omstandigheden, die vragen oproepen, van onvoldoende gewicht om tot een dergelijke bewezenverklaring te komen. Daarbij weegt nog mee dat de kennis van het werkelijke aantal kilo’s verdovende middelen van [verdachte] (“
Dus er is gegraaid”)kennelijk van na de aanhouding van [medeverdachte 1] dateert.. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Als je rekeningen laat liggen en betalingen uitstelt, dan kan je daar van leven”.
toolbestond om deze inkomsten in te boeken. Verdachte wil de namen van de personal trainers niet noemen.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De in beslag genomen goederen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;