Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 juli 2019 tevens houdende een incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging ex artikel 386 Rv Pro, met producties 1 tot en met 8;
- de rolbeslissing van 7 augustus 2019 in verband met het bepaalde in artikel 111 lid 3 Rv Pro;
- de akte verweer van de zijde van [eiser] ;
- de conclusie van antwoord in incident en in hoofdzaak;
- het tussenvonnis van 11 december 2019 waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- de rolbeslissing van 6 mei 2020 waarbij de rechtbank heeft bepaald dat op grond van artikel 2 lid 1 Tijdelijke Pro wet COVID-19,
- het proces-verbaal van comparitie van 7 september 2020 en de daarin genoemde stukken.