ECLI:NL:RBDHA:2020:10627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofreniespectrumstoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 7 oktober 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van een vrouw geboren in 1993 met een ongespecificeerde schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur blijkt dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige immateriële schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene heeft onvoldoende inzicht in haar stoornis en weigert medicatie vanwege gewichtstoename, wat het risico op ontregeling vergroot.
De rechtbank overweegt dat minder bezwarende alternatieven, zoals een voorwaardelijke machtiging waarbij moeder een grotere rol krijgt, niet toereikend zijn. De zorgmachtiging is noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden en de voortzetting van ambulante zorg te waarborgen. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles, andere therapeutische maatregelen en beperkingen in de vrijheid, inclusief opname indien ambulante zorg onvoldoende blijkt.
De machtiging wordt verleend tot en met 30 januari 2021. De rechtbank benadrukt dat moeder niet de verantwoordelijkheid draagt voor medicatie-inname en dat de zorgmaatregelen evenredig en effectief zijn. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging tot en met 30 januari 2021 voor verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden.