ECLI:NL:RBDHA:2020:10471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opvolgende rechterlijke machtiging voor voortzetting verblijf cliënt met ziekte van Huntington
De rechtbank Den Haag behandelde op 2 oktober 2020 het verzoek tot verlening van een opvolgende machtiging voor de duur van een jaar op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd) ten aanzien van een cliënt met de ziekte van Huntington.
Cliënt vertoont een redelijk vergevorderd stadium van de ziekte met cognitieve achteruitgang, valgevaar en agressie. Thuiszorg is onvoldoende vanwege de complexiteit van de zorg en het gewelddadige gedrag, waardoor opname in een gespecialiseerd verpleeghuis noodzakelijk is. De cliënt verzet zich tegen opname en ervaart het verblijf als ongelukkig, maar heeft geen ziekte-inzicht.
De rechtbank concludeert dat het ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en gedragsproblemen, niet anders kan worden voorkomen dan door voortzetting van het verblijf in de gespecialiseerde accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging wordt daarom verleend tot uiterlijk 27 september 2021.
De beschikking is gegeven door rechter M.L. Sandberg-Crommelin en griffier R. van Warners, uitgesproken in openbare zitting en schriftelijk vastgesteld op 12 oktober 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging voor voortzetting van het verblijf in een gespecialiseerde accommodatie voor de duur van een jaar.