Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Procedure
- de dagvaarding met producties van 20 december 2019;
- de incidentele vordering ex artikel 843a Rv tevens houdende een conclusie van antwoord, met producties;
- het antwoord in het incident.
Rechtbank Den Haag
Eiser stelt dat hij van 2001 tot 2014 als zeefdrukker bij Vegron onbeschermd is blootgesteld aan schadelijke stoffen, waardoor hij arbeidsongeschikt is geworden. Hij vordert schadevergoeding en aansprakelijkheid van Vegron. Vegron verzet zich en vordert in een incident op grond van artikel 843a Rv dat eiser medische informatie verstrekt om het causaal verband te kunnen onderzoeken.
De kantonrechter overweegt dat een vordering tot inzage in medische gegevens slechts kan worden toegewezen indien aan cumulatieve voorwaarden is voldaan, waaronder het bestaan van een rechtmatig belang. De rechter acht het belang van Vegron in dit stadium van de procedure nog niet voldoende vastgesteld en weegt dit af tegen de privacy van eiser.
Daarnaast is de vordering prematuur omdat de hoofdzaak nog niet inhoudelijk is behandeld en Vegron onvoldoende heeft onderbouwd waarom de gevraagde medische stukken noodzakelijk zijn. Artikel 843a Rv biedt geen algemeen inzagerecht. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt Vegron veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak zal worden voortgezet met een mondelinge behandeling.
Uitkomst: De vordering tot overleg van medische informatie wordt afgewezen wegens prematuriteit en privacybescherming.