Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
afgiftevan de genoemde geldbedragen Zoals hierna zal worden overwogen is daarentegen sprake geweest van het
wegnemenvan geld.
Rechtbank Den Haag
Op 11 oktober 2017 heeft de verdachte samen met anderen zich schuldig gemaakt aan diefstal van een geldbedrag van €2.000 en $1.500 van een Oekraïense toerist in Den Haag. De daders deden zich voor als politieagenten en wisten zo het geld uit de schoudertas van het slachtoffer weg te nemen.
De rechtbank heeft het primair ten laste gelegde feit van oplichting niet bewezen verklaard, maar wel het subsidiaire feit van medeplegen van diefstal. Dit is onderbouwd met bewijsmiddelen zoals camerabeelden, telefoongegevens en de autohuurovereenkomst die op naam van de verdachte stond.
De rechtbank achtte de verdachte strafbaar en hield rekening met zijn internationale strafblad met meerdere eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. Het zich voordoen als politieagent werd als een ernstige strafverzwarende omstandigheid gezien.
De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 170 dagen, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht. Daarnaast is de teruggave van inbeslaggenomen telefoontoestellen aan de verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 170 dagen gevangenisstraf voor medeplegen diefstal.