ECLI:NL:RBDHA:2020:10191
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens onvoldoende informatie bij uitkeringsaanvraag
Verzoeker heeft op 3 juni 2020 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard heeft deze aanvraag bij besluit van 17 juni 2020 buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van volledige en leesbare informatie.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 1 oktober 2020, gehouden via Skype, is vastgesteld dat verzoeker onvoldoende gegevens heeft aangeleverd ondanks meerdere verzoeken en hersteltermijnen. De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De voorzieningenrechter concludeert dat er weliswaar sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoeker sinds 1 juni 2020 geen WW-uitkering meer ontvangt, maar dat dit niet leidt tot een andere uitkomst. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld wegens onvoldoende en onleesbare informatie.