ECLI:NL:RBDHA:2020:10079
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De zaak werd samen met een gerelateerde zaak behandeld op 18 juni 2020, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De rechtbank heeft bij uitspraak in de gerelateerde zaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en griffier S. Zohrabian, en is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2020. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak ongegrond is verklaard.