ECLI:NL:RBDHA:2020:10070
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 juli 2020.
De rechtbank overwoog dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien nog niet op het beroep is beslist. Omdat op het onderliggende beroep inmiddels uitspraak was gedaan (zaaknummer NL20.11437), kon de voorlopige voorziening niet worden toegewezen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier T.R. Oosterhoff - Vos, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het onderliggende beroep reeds uitspraak is gedaan.