ECLI:NL:RBDHA:2020:10014
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar Malta
Verzoeker had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Malta voor de behandeling van de asielaanvraag (Dublinverwijzing).
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 28 juli 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, werd het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een andere zaak (NL20.11783).
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer mogelijk was omdat de rechtbank inmiddels op het beroep had beslist in de andere zaak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier T.R. Oosterhoff - Vos op 4 augustus 2020.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de Dublinverwijzing naar Malta is afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.