ECLI:NL:RBDHA:2019:9950
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse burger, diende op 22 maart 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot op 9 augustus 2019 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had op 2 mei 2019 een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat op 16 mei 2019 werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat de situatie in Italië onder minister Salvini verslechterd is en dat hij vanwege mensenhandel en slechte behandeling in Italië bescherming nodig heeft. Hij stond op een wachtlijst voor het doen van aangifte mensenhandel in Nederland en wilde dat de Dublinprocedure werd opgeschort totdat hij de uitkomst daarvan kon afwachten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen aanleiding zag om de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken. Eiser had onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat hij als kwetsbaar persoon moet worden aangemerkt. De lange wachttijd voor aangifte in Nederland leidt niet tot opschorting van de Dublinprocedure.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.