ECLI:NL:RBDHA:2019:9784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas over ontvoering en detentie
Eiser, een Congolese asielzoeker, diende op 26 juli 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 4 januari 2019 af wegens een ongeloofwaardig asielrelaas. De rechtbank Den Haag behandelde het beroep op 11 juli 2019.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit, nationaliteit en discriminatie wegens Tutsi-afkomst geloofwaardig werden geacht, de verklaringen over de ontvoering van zijn kinderen in 2015 en zijn arrestatie en detentie in Congo niet aannemelijk waren. De ontvoering werd als doelloos en onlogisch beoordeeld, mede omdat eiser geen contact had met ontvoerders en geen tegenprestatie werd gevraagd.
Verder waren er tegenstrijdigheden in de verklaringen over hoe eiser op de hoogte was gesteld van de ontvoering en over de omstandigheden van zijn arrestatie. Ook de gestelde politieke aanleiding voor zijn detentie werd niet geloofd, omdat eiser in 2012 legaal en zonder problemen Congo had verlaten. De rechtbank concludeerde dat eiser zijn vrees niet aannemelijk had gemaakt en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens een ongeloofwaardig asielrelaas.