Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiser sub 1] , te [plaats 1] ,
[eiser sub 2], te [plaats 2] ,
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure vordert eiser sub 1 betaling van € 35.000 van Beheer, gebaseerd op een door hem aan de gemeente Zoetermeer betaalde schuld die Beheer zou moeten terugbetalen. De rechtbank oordeelt dat deze vordering toewijsbaar is, omdat de betaling met instemming van Beheer is verricht en zij de lening niet betwist.
Eiser sub 2 vordert betaling van meerdere bedragen van Beheer, die deze vorderingen niet betwist behalve door een reconventionele vordering tot schadestaatprocedure. Deze procedure volgt op een eerder vonnis waarin is vastgesteld dat eiser sub 2 niet bevoegd was aandelen te verkopen en schadevergoeding verschuldigd is. Beheer stelt nu een schadestaatvordering van € 4.000.000, maar onderbouwt deze onvoldoende en faalt in haar stelplicht.
De rechtbank wijst de schadestaatvordering af en veroordeelt Beheer tot betaling van de gevorderde bedragen aan eiser sub 2, vermeerderd met rente. Het incident ex artikel 223 Rv Pro wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Beheer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Beheer wordt veroordeeld tot betaling aan eisers en de schadestaatvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.