Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
In de beslissing staat hoe deze feiten volgens de wet worden beschreven.
5.De strafoplegging
Stb.2014, 105) niet meer als bijzondere voorwaarde opgelegd en is nu vervat in de zogeheten meldplicht die de Raad eveneens heeft geadviseerd en die de rechtbank ook zal opleggen. Tevens acht de rechtbank het van belang om als bijzondere voorwaarde op te leggen dat de verdachte zal verblijven in het Naastwonend Mentorhuis, waarbij zij zich dient te houden aan het (dag-)programma.
6.De vordering van de benadeelde partij
€ 22,45aan materiële schade en een bedrag van
€ 650,00aan immateriële schade (smartengeld), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 250,00.
€ 272,45aan [naam 1] betalen.
7.De inbeslaggenomen goederen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
100 dagenvan deze jeugddetentie niet ten uitvoer zullen worden gelegd als de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die
2 jaaris, houdt aan de volgende voorwaarden:
,een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
40 UREN;
20 DAGEN;
termijnwaarbinnen de verdachte de werkstraf mag uitvoeren op
één jaar;
[naam 1]tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van
€ 272,45, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2017 tot aan de dag waarop de vordering is betaald en veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot vandaag op € 0,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
€ 272,45aan de Staat te betalen voor de benadeelde partij
[naam 1];
teruggaveaan de verdachte van het op de beslaglijst genoemde geldbedrag van