ECLI:NL:RBDHA:2019:9175

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 augustus 2019
Publicatiedatum
2 september 2019
Zaaknummer
NL19.18465
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen buiten behandeling stellen opvolgende asielaanvraag

Eiser diende een opvolgende asielaanvraag in die niet volledig was omdat niet alle vragen waren beantwoord. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling en gaf eiser een termijn om de aanvraag te completeren. De rechtbank stelde vast dat eiser niet de toegezegde termijn van één week had gekregen om de aanvraag aan te vullen, omdat het voornemen vlak voor het weekend werd verstuurd en pas na het weekend bij het AZC aankwam.

De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen doordat eiser niet de mogelijkheid kreeg om zijn aanvraag binnen de gestelde termijn te completeren. Hierdoor was het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen onterecht. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.

Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 1.024. De rechtbank bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit om de opvolgende asielaanvraag buiten behandeling te stellen wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.18465
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. van Hoof).

ProcesverloopBij besluit van 2 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure buiten behandeling gesteld.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.18466, plaatsgevonden op 22 augustus 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Markarian. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024 (duizendvierentwintig euro).

Overwegingen

1. Vaststaat dat de opvolgende asielaanvraag van eiser niet volledig is, omdat eiser niet alle vragen heeft beantwoord. Verweerder heeft daarom terecht aan eiser een termijn gegeven om zijn aanvraag compleet te maken.
2. Anders dan in het voornemen staat, heeft eiser niet een termijn van één week gekregen om de aanvraag alsnog te completeren. Uit de inlichtingen van verweerder blijkt namelijk dat het voornemen vlak voor het weekend is verstuurd [1] en duidelijk is dat het pas na het weekend is binnengekomen bij het AZC. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het voornemen aan eiser zelf is verstuurd en niet aan een advocaat.
3. Gelet op de inhoud van het voornemen en de omstandigheid dat eiser niet een week de tijd heeft gekregen om zijn aanvraag compleet te maken, is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen.
4. De aanvraag is ten onrechte buiten behandeling gesteld. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.024 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 512 en een wegingsfactor 1).
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 22 augustus 2019.
Dit proces-verbaal is ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.26 juli 2019 te 17:54:02 uur