Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een minderjarige met de Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, nadat haar vader een verblijfsvergunning asiel had gekregen. De aanvraag werd afgewezen omdat zij geen toestemmingsverklaring van haar moeder had overgelegd.
Eiseres voerde aan dat haar moeder tijdelijk niet in staat was de verklaring te ondertekenen en dat haar vader veel inspanningen had verricht om haar te vinden, maar zonder succes. De rechtbank oordeelde dat het duidelijk was dat de toestemmingsverklaring bij de aanvraag moest worden overgelegd en dat er voldoende tijd was gegeven om dit te doen. De stelling dat de moeder onvindbaar was, was onvoldoende onderbouwd.
Hoewel eiseres later alsnog een toestemmingsverklaring en paspoortkopie overlegde, kon dit niet worden meegewogen omdat het besluit ex tunc wordt getoetst, dat wil zeggen op basis van de situatie ten tijde van het besluit. De stukken waren bovendien onleesbaar en het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis is ongegrond verklaard.