Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Verweren met betrekking tot vormverzuim
‘equality of arms’wat een schending van het recht op een eerlijk proces oplevert. Het is aan de rechtbank om daaraan de consequentie te verbinden die zij rechtvaardig acht.
4.Bewijsoverwegingen
(rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )fietst rechtdoor
(de rechtbank begrijpt: rechtdoor in de richting van de [straatnaam] ). Op de kruising van de [straatnaam] met de [straatnaam] komt een grijze auto (merk: [automerk] ) van rechts, die voorrang neemt. Daardoor moeten enkele fietsers, waaronder [slachtoffer] , stoppen. [slachtoffer] fietst achter de auto langs en geeft een klap met haar linker hand op de achterruit van die auto. De auto vervolgt zijn weg rechtdoor in de richting van de [straatnaam] , maar maakt opeens een manoeuvre naar rechts, in de richting van de [straatnaam] . De auto rijdt daarna in de richting van [slachtoffer] en vervolgens naast haar. Daarna maakt de auto een manoeuvre naar rechts, waarna die auto [slachtoffer] aan haar linkerzijde raakt en zij met haar fiets ten val komt. [4]
[slachtoffer]zich voortbewoog op de fiets en vervolgens plotseling opzettelijk met de door hem, verdachte, bestuurde auto naar rechts is gestuurd, waardoor die [slachtoffer] is geraakt en ten val is gekomen,
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
- 14a, 14b, 14c, 14d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht;
- 179a van de Wegenverkeerswet 1994.
9.De beslissing
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de voorwaarden dat de veroordeelde:
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
18 (achttien) maanden.