ECLI:NL:RBDHA:2019:8629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende bewijs verblijfdoel en twijfel aan terugkeer
Eisers, een Pakistaanse vrouw en haar drie minderjarige kinderen, vroegen in oktober 2018 bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Lahore kort verblijf visa aan voor toerisme. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvragen af omdat het doel van het verblijf en de terugkeer onvoldoende waren aangetoond. Eisers maakten bezwaar, maar dit werd door de minister ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht twijfelde aan de juistheid van de opgegeven verblijfsomstandigheden, mede vanwege geannuleerde en gewijzigde hotelreserveringen zonder duidelijke toelichting. De reserveringen leken bedoeld om de visumaanvraag te ondersteunen, maar gaven een onjuiste voorstelling van zaken. Ook het ontbreken van een hoorprocedure werd niet als onrechtmatig beoordeeld omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Eisers overlegden nog een latere reservering, maar deze kon geen invloed hebben op het besluit vanwege de ex-tunc toetsing. De rechtbank concludeert dat de minister de visa terecht heeft geweigerd en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvragen wordt ongegrond verklaard en de weigering van de visa blijft gehandhaafd.