ECLI:NL:RBDHA:2019:8604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens onvoldoende medische onderbouwing
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege economische redenen Algerije had verlaten en dat hij medische problemen had, waaronder tuberculose, die een terugkeer onaanvaardbaar maakten. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank oordeelde dat Algerije als veilig land van herkomst kan worden beschouwd, behalve voor personen met een LHBTI-geaardheid, wat niet op eiser van toepassing is. Eiser kon zijn identiteit en nationaliteit niet met documenten onderbouwen en zijn medische problemen waren niet voldoende aangetoond. De rechtbank vond dat het aan eiser was om medische problemen te onderbouwen en dat verweerder niet verplicht was nader medisch onderzoek te verrichten.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen recht had op een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Ook het inreisverbod van twee jaar werd als rechtmatig beoordeeld, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd om hiervan af te wijken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod werd ongegrond verklaard.