ECLI:NL:RBDHA:2019:8602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Zuid-Afrikaanse vreemdeling wegens onvoldoende zwaarwegende bedreigingen
Eiser, een Zuid-Afrikaanse met de nationaliteit van Zuid-Afrika, verzocht op 6 juni 2019 om een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op bedreigingen en beschietingen door bendes vanwege zijn werkzaamheden als stripper. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank overwoog dat hoewel de incidenten geloofwaardig waren, deze niet specifiek op eiser gericht waren en onvoldoende zwaarwegend om hem als vluchteling aan te merken. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij geen bescherming van de autoriteiten kon krijgen, aangezien hij aangifte had gedaan en de politie bereid was te helpen.
Verder wees de rechtbank erop dat het traumabeleid niet langer als toelatingsgrond geldt en dat de poging tot moord die eiser aanvoerde niet onder de limitatieve opsomming van wandaden valt die verblijfsrecht rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar bevestigd.