ECLI:NL:RBDHA:2019:8595

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2019
Publicatiedatum
21 augustus 2019
Zaaknummer
NL19.17583
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G. de Zeben - de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 7 april 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder in Italië, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk asielverzoeken had gedaan. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

Eiser betoogde dat hij liever terugkeert naar Nigeria dan naar Italië te worden overgedragen, maar trok zijn beroep tegen de rechtsgeldigheid van de Dublinverordening in. De gemachtigde van verweerder gaf aan dat terugkeer naar Nigeria mogelijk is en dat eiser hierbij ondersteuning kan krijgen.

De rechtbank oordeelde dat de feitelijke wens van eiser om terug te keren naar Nigeria geen juridische grond biedt om het beroep gegrond te verklaren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.17583

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2019 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. J.C. van Zundert),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Jonkman).

Procesverloop

Bij besluit van 26 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.17584, plaatsgevonden op 8 augustus 2019. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1984.
Eiser heeft op 7 april 2019 een asielaanvraag ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 31 maart 2016 in Italië, op 19 december 2016 in Duitsland, op 29 augustus 2018 in Zwitserland en op 7 februari 2019 in Frankrijk een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend.
2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Deze verordening is de Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (de Dublinverordening). In dit geval heeft Nederland bij Italië een verzoek om terugname gedaan. Italië heeft dit verzoek aanvaard.
3. Eiser voert in beroep aan dat het niet in geschil is dat Italië het land is waar hij als eerste het Dublin gebied is ingereisd, maar eiser is moe van het rondtrekken door Europa en wenst graag terug te keren naar Nigeria. Hij ziet niet in waarom hij naar Italië overgedragen wordt als hij terug wil keren naar zijn land van herkomst.
De beroepsgrond dat eiser de rechtsgeldigheid van het Dublinverdrag in twijfel trekt, is ter zitting ingetrokken en behoeft daarom geen verdere bespreking.
4. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder gesteld dat het mogelijk is om eiser te laten terugkeren naar Nigeria. Eiser heeft op 12 augustus 2019 een afspraak met Dienst Terugkeer en Vertrek en de gemachtigde van verweerder zal voor dat gesprek contact opnemen met de regievoerder zodat eiser doorverwezen kan worden naar de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en hulp kan krijgen bij zijn terugkeer. Als eiser in het bezit is van reisdocumenten ziet de gemachtigde van verweerder geen problemen inzake de terugkeer naar Nigeria.
De hiervoor omschreven gewenste feitelijke gang van zaken vormt juridisch geen reden om het beroep gegrond te verklaren.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Zeben - de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Maas, griffier, op 13 augustus 2019.
griffier rechter
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.