ECLI:NL:RBDHA:2019:8589

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 augustus 2019
Publicatiedatum
21 augustus 2019
Zaaknummer
NL19.10299 en NL19.10310 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G. de Zeben - de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vw 2000Art. 30b Vw 2000Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen afwijzing asielaanvragen en oplegging inreisverbod uit veilig land van herkomst

Opposanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen werden afgewezen als kennelijk ongegrond omdat zij afkomstig zijn uit een veilig land van herkomst. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 15 mei 2019 ongegrond verklaard zonder zitting, omdat het oordeel buiten redelijke twijfel stond.

Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld. Tijdens het verzet zijn opposanten en hun gemachtigde niet verschenen, maar verweerder wel vertegenwoordigd. Opposanten betoogden dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting heeft beslist en dat het asielrelaas ten onrechte ongeloofwaardig werd geacht met als doel de aanvraag af te wijzen. Ook zou het inreisverbod op een onjuiste grondslag berusten.

De rechtbank oordeelt dat het verzet slechts ziet op de vraag of de rechtbank terecht zonder zitting heeft beslist. Omdat opposanten geen nieuwe argumenten hebben aangevoerd die twijfel over de uitkomst kunnen doen ontstaan en geen specifieke omstandigheden hebben genoemd waarom Servië geen veilig land voor hen zou zijn, is het verzet ongegrond. De uitspraak van 15 mei 2019 blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van de asielaanvragen en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: NL19.10299 V en NL19.10310 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2019 op het verzet van

[opposant], opposant

[opposante], opposante
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters).

Procesverloop

Opposanten hebben tegen de besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder) van 18 april 2019 (de bestreden besluiten) beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 15 mei 2019 heeft de rechtbank dat beroep ongegrond verklaard.
Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2019. Opposanten en hun gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Jonkman, zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Met het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvragen van opposanten afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, omdat zij afkomstig zijn uit een veilig land van herkomst. Tevens is aan opposanten een inreisverbod van 2 jaar opgelegd.
2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting, omdat het oordeel was dat het beroep kennelijk ongegrond is. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank is tot de conclusie is gekomen omdat opposanten niet betwisten dat de aanvraag kon worden afgewezen en ze niet aannemelijk hebben gemaakt dat verweerder er ten onrechte van uitgegaan is dat het land van herkomst van opposanten een veilig land van herkomst is. De rechtbank heeft er daarbij op gewezen dat de gronden in beroep gelijk zijn aan wat opposanten in de zienswijze hebben betoogd, verweerder de in de zienswijze ingenomen stellingen van opposanten gemotiveerd heeft weerlegd en opposanten in het beroepschrift geen argumenten hebben aangevoerd die afdoen aan de motivering van het bestreden besluit.
3. De rechtbank stelt voorop dat verzet uitsluitend de vraag betreft of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van het beroep. Dit betekent dat de beoordeling in dit geval beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder eisers op zitting te horen. Indien in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst.
4. Opposanten stellen dat de rechtbank ten onrechte uitspraak zonder zitting heeft gedaan, omdat opposanten ter zitting wensten gehoord te worden. Verweerder heeft het asielrelaas van opposanten ten onrechte geloofwaardig geacht met het duidelijke doel om de asielaanvraag af te wijzen in het licht van het veilige-landen-beleid. Het opgelegde inreisverbod berust hierdoor op een foute grondslag. Het is derhalve niet van belang dat niet in geding is dat de aanvraag van opposanten kon worden afgewezen. Wat wel van belang is, is dat de reden die verweerder ten grondslag heeft gelegd aan de afwijzing niet gerechtvaardigd is en dat het inreisverbod daar een rechtstreeks gevolg van is en derhalve geen stand kan houden.
5. Gelet op het beroepsschrift is de rechtbank van oordeel dat de rechtbank terecht uitspraak heeft gedaan zonder partijen uit te nodigen voor een zitting. Het ligt op de weg van opposanten om bij hun beroepschrift, dan wel nadat hen een herstelverzuim is geboden, alle argumenten en stukken naar voren te brengen die zij naar voren wensen te brengen. In verzet is er niets anders aangevoerd dan eerder in de procedure door opposanten is aangevoerd. Daar komt bij dat opposanten geen door het Vluchtelingenverdrag beschermd belang hebben bij de toetsing van de geloofwaardigheid van hun asielrelaas nu zij zelf stellen dat hun relaas ongeloofwaardig is. Daarnaast hebben zij geen specifieke omstandigheden aangevoerd waarom Servië voor hen geen veilig land is.
6. Gezien hiervoor overwogen ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 15 mei 2019.
7. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 15 mei 2019 in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Zeben - de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Maas, griffier, op 15 augustus 2019.
griffier
rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.