Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.V.O.F KAASBOERDERIJ [eiser 1] [woonplaats 1] ,
[eiser 2]te [woonplaats 2] ,
[eiser 3]te [woonplaats 3] ,
[eiser 4]te [woonplaats 4] ,
1.V.O.F. [gedaagde 1] te [woonplaats 7] ,
[gedaagde 2]te [woonplaats 6] ,
[gedaagde 3]te [woonplaats 8] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 oktober 2018, met producties 1 tot en met 3;
- de akte houdende uitlating en in het geding brengen van producties 4 en 5;
- de conclusie van antwoord in het incident, met bijlage 1;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 13 februari 2019, waarin een comparitie van partijen is bepaald;
- het proces-verbaal van comparitie van 13 juni 2019.
2.De feiten
3.Het geschil
De provisionele vordering
4.De beoordeling
In de hoofdzaak
922,--(2 punten × tarief € 461,--)