ECLI:NL:RBDHA:2019:8394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid maatregel van bewaring wegens niet tijdige kennisgeving en toekenning schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 21 juni 2019 aan hem is opgelegd. De rechtbank constateert dat er nooit een eerste beroep tegen deze maatregel is ingesteld en dat verweerder de rechtbank niet tijdig heeft geïnformeerd over de opgelegde maatregel, zoals vereist op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Door het niet tijdig verzenden van de kennisgeving is de maatregel vanaf 20 juli 2019 onrechtmatig geworden. De rechtbank kwalificeert het ingediende beroep als een eerste beroep, waardoor hoger beroep mogelijk is. De rechtbank ziet af van het in persoon horen van eiser om onnodige verlenging van de bewaring te voorkomen.
De rechtbank behandelt ook de beroepsgronden van eiser, waaronder het betoog dat verweerder onvoldoende voortvarend is in de uitzetting en dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn medische situatie. Deze gronden worden verworpen omdat verweerder adequaat heeft gehandeld en de medische zorg passend is geregeld.
De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van de uitspraakdatum en kent aan eiser een schadevergoeding toe van €1.680,- voor 21 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €512,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig vanaf 20 juli 2019, wordt opgeheven en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.680,-.