ECLI:NL:RBDHA:2019:8286
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ingangsdatum verblijfsvergunning als gezinslid
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'verblijf als familie- of gezinslid'. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af omdat eiseres niet binnen de gestelde termijn alle gevraagde documenten had overgelegd. Tijdens bezwaar overhandigde eiseres één document, maar de benodigde toestemmingsverklaring bleef uit.
Na nadere verzoeken om informatie en een hoorzitting op 5 maart 2019, waarbij eiseres en de referent werden bevraagd over hun relatie, besloot verweerder de verblijfsvergunning toe te kennen met ingang van die datum. De rechtbank oordeelde dat eiseres pas op dat moment voldeed aan de voorwaarden en dat de ingangsdatum daarom correct was vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.