ECLI:NL:RBDHA:2019:824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de Nederlandse Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser eerder in Duitsland een asielverzoek had ingediend en de Duitse autoriteiten hadden positief besloten tot terugname.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen eerlijke procedure had, geen toegang tot een advocaat kreeg, ernstig werd gediscrimineerd en psychische problemen heeft die zouden verergeren bij terugkeer. Ook stelde hij dat hij in Duitsland uitgeprocedeerd is en direct naar Libië zou worden teruggestuurd.
De rechtbank overwoog dat de Nederlandse overheid mag vertrouwen op het Duitse asiel- en opvangsysteem tenzij concrete aanwijzingen bestaan dat overdracht leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Eiser slaagde er niet in dit aannemelijk te maken, onder meer omdat hij geen medische stukken overlegde die een ernstige gezondheidstoestand aantonen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.