Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
‘Declaratie van verrichte werkzaamheden inzake het opmaken en passeren van uw testament (inclusief extra kosten vanwege passeren en uitgebreide bespreking op locatie en spoedtarief)’.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, bewindvoerder van een 96-jarige man met een lichamelijke en geestelijke toestand die sinds 2016 onder bewind staat, verzocht de rechtbank om te verklaren dat de testateur ten tijde van het opstellen van zijn testament in april 2018 wilsonbekwaam was en dat het testament daarom nietig is.
De procedure begon met een verzoekschrift en mondelinge behandeling. Medische verklaringen stelden dat de testateur niet in staat was zijn wil te bepalen bij het opstellen van het testament. Verzoekster wilde het testament vernietigen omdat zij vreest dat een oud buurvrouw als enig erfgenaam is opgenomen, wat haar bevoegdheden als bewindvoerder na overlijden zou beperken.
De rechtbank overwoog dat procedures tot verklaring voor recht en vernietiging van testamenten dagvaardingsprocedures zijn, niet verzoekschriftprocedures, en dat een tegenpartij nog niet bekend is omdat het testament pas na overlijden werking heeft. Hierdoor is nietigverklaring nu niet aan de orde.
Ook is onduidelijk wie als gedaagde moet worden aangemerkt. Gezien deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding tot doorverwijzing naar dagvaardingsprocedure en wijst het verzoek af.
De beschikking is uitgesproken door mr. H.J. Vetter op 8 augustus 2019.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring voor recht dat het testament nietig is wegens wilsonbekwaamheid wordt afgewezen.