Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
pro forma) en 29 juli 2019 (
inhoudelijk).
2.De tenlastelegging
,vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal, en welke poging doodslag
werd gepleegd met het oogmerkom de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, terwijl de uitvoering van die doodslag niet is voltooid;
, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [Slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- de keel van die [Slachtoffer] (met kracht) dicht te drukken met zijn vuist(en) en/of hand(en) en/of
- de keel van die [Slachtoffer] dicht gedrukt te gehouden.
3.Bewijsoverwegingen
werd gepleegd met het oogmerkom de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken, terwijl de uitvoering van die doodslag niet is voltooid.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
4 (vier) jaren;
groot 1 (één) jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de voorwaarden dat de veroordeelde:
[Slachtoffer]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 5.000,00 (bestaande uit immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 januari 2019 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[Slachtoffer];
60 dagen;