ECLI:NL:RBDHA:2019:8022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, van Oekraïense nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen en onherroepelijk was verklaard. De staatssecretaris wees de nieuwe aanvraag af wegens het ontbreken van nieuwe elementen of bevindingen, waardoor het een opvolgende aanvraag betrof die niet-ontvankelijk kon worden verklaard.
Eiser stelde dat hij in de eerste procedure niet kon verklaren over zijn rol als infiltrant bij de Oekraïense veiligheidsdienst vanwege geheimhouding en angst. Hij voerde aan dat hij recent ontdekte dat hij was ontmaskerd en dat hij geen bescherming van Oekraïense autoriteiten kon verwachten. De rechtbank oordeelde echter dat deze elementen niet nieuw waren en dat eiser deze informatie reeds in de eerste procedure had moeten aanvoeren. Tevens werden de overgelegde documenten niet als nieuw erkend en waren ze grotendeels niet vertaald.
De rechtbank vond dat de staatssecretaris het beleid omtrent het niet verlenen van uitstel voor het indienen van een zienswijze juist had toegepast, en dat er geen sprake was van een zorgvuldigheidsgebrek. De aanvraag werd terecht niet-ontvankelijk verklaard, het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De herhaalde asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe elementen; beroep ongegrond en verzoek voorlopige voorziening afgewezen.