Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 maart 2019 in de zaak tussen
[verzoekster] ,
Procesverloop
Overwegingen
Jeunesse [2] en
Kopf en Liberda [3] . Ook heeft zij een beroep gedaan op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem [4] . Verder heeft verzoekster gewezen op de omstandigheid dat zij een beroerte heeft gehad en op haar overige medische problematiek, die er ten minste toe zouden moeten leiden dat uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro (Vw) 2000 achterwege blijft.
Paradiso en Campanellihet volgende heeft overwogen (onderstreping voorzieningenrechter):
Jeunesseals volgt (onderstreping voorzieningenrechter):
Jeunesseging om een eerste toelating en ook in die zaak gaf het besluit naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende blijk van dat verweerder alle daarvoor relevante feiten en omstandigheden bij zijn belangenafweging had betrokken. Bij een nieuw te nemen beslissing zal verweerder in ieder geval ook dienen in te gaan op de gevolgen van het arrest
Jeunessein het geval van verzoekster voor referent.
Jeunessewaarin de omstandigheid dat de betrokkene ooit Nederlands was maar die nationaliteit verloor toen Suriname onafhankelijk werd, in het voordeel van betrokkene een rol speelde bij de beoordeling.
Beslissing
VK