ECLI:NL:RBDHA:2019:7722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf ouders wegens ontbreken bijzondere afhankelijkheidsrelatie
Eiser, een Syrische jongvolwassene van 26 jaar met een verblijfsvergunning asiel, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn ouders. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af omdat eiser niet viel onder het jongvolwassenenbeleid en er geen sprake was van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn ouders die de normale band tussen volwassen familieleden overstijgt.
Eiser voerde aan dat hij wel onder het jongvolwassenenbeleid viel en dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens geen maximumleeftijd van 25 jaar hanteert voor jongvolwassenen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder zich op het standpunt kon stellen dat eiser met 26 jaar niet meer als jongvolwassene kon worden aangemerkt en dat uit het dossier niet bleek dat eiser altijd tot het gezin van zijn ouders had behoord.
Ten aanzien van de afhankelijkheidsrelatie stelde eiser dat zijn ouders gezondheidsproblemen hebben, geen familieleden in Syrië mantelzorg kunnen bieden en dat de situatie in Syrië gevaarlijk is. De rechtbank vond echter dat verweerder terecht oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om te spreken van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie. Er was geen bewijs van daadwerkelijke mantelzorg of medische zorg door eiser en de onveilige situatie in Syrië volstaat niet als grond voor een bijzondere afhankelijkheid.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat de afwijzing van de mvv geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. Tevens werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht afgewezen omdat eiser voldoende inkomen had. De uitspraak werd gedaan door rechter A.K. Mireku op 3 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor de ouders wordt ongegrond verklaard.