ECLI:NL:RBDHA:2019:7343
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herroeping van adoptie wegens schending recht op privé- en familieleven
Verzoekster verzocht de rechtbank om de adoptie, uitgesproken in 1989 door de rechtbank Rotterdam, te herroepen. De adoptiefvader was in 2015 overleden. Volgens artikel 1:231 lid 2 BW Pro geldt een termijn van twee tot vijf jaar na meerderjarigheid voor het indienen van een herroepingsverzoek. Deze termijn was ruimschoots overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de termijnbeperking een inmenging vormt in het recht op respect voor privé-, familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Deze inmenging is niet noodzakelijk in een democratische samenleving, omdat het belang van nationale veiligheid, openbare orde of bescherming van rechten van anderen niet gediend wordt door de termijnbeperking. Belanghebbenden waren gehoord en hadden geen bezwaar.
Inhoudelijk stelde verzoekster dat zij jarenlang geen contact had met de adoptiefvader en een strijd had gevoerd om haar biologische vader te mogen zien en haar identiteit te hervinden. Sinds 1992 onderhoudt zij een warme band met haar biologische vader. De rechtbank achtte het belang van verzoekster kennelijk en de herroeping passend om haar oorspronkelijke familierechtelijke banden te herstellen. De adoptie werd herroepen en de ambtenaar van de burgerlijke stand werd gelast dit in de registers te verwerken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot herroeping van de adoptie toe ondanks overschrijding van de wettelijke termijn.