ECLI:NL:RBDHA:2019:7338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte niet had gemeld dat hij samen met zijn echtgenote een asielaanvraag had ingediend, en dat de humanitaire aspecten onvoldoende waren betrokken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geen melding hoefde te maken van de echtgenote bij het verzoek aan België, aangezien volgens de Dublinverordening slechts één lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en terugnameverzoeken aan België terecht zijn geaccepteerd. Het feit dat eiser later een huwelijk zou zijn aangegaan en samen met zijn echtgenote een aanvraag indiende, maakte dit niet anders.
Ook is niet vastgesteld dat sprake was van gezinsleven zoals bedoeld in de Dublinverordening, omdat het gezin niet bestond in het land van herkomst. Verweerder heeft bovendien terecht geoordeeld dat het huwelijk niet met stukken was onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat het besluit van verweerder correct was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.