ECLI:NL:RBDHA:2019:6940
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe geloofwaardige elementen
Eiser, een Iraanse nationaliteit bezittende persoon, heeft in 2015 asiel aangevraagd in Nederland met als grondslag zijn bekering tot het Christendom. Deze aanvraag is in 2017 afgewezen en het oordeel dat zijn bekering niet geloofwaardig was, staat in rechte vast. Vervolgens heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend, stellende dat hij een verdere geloofsverdieping heeft doorgemaakt. Verweerder heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van relevante nieuwe elementen.
Eiser voerde aan dat zijn geloofsverdieping zich sinds de vorige procedure heeft voortgezet, onder meer door het stoppen met drugsgebruik en het vinden van onderdak bij een pleeggezin. De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen al in eerdere procedures hadden kunnen worden ingebracht en dat de eerdere constatering van ongeloofwaardigheid blijft gelden. Ook de brieven van geloofsgenoten werden als ondersteunend erkend, maar niet als zwaarwegend genoeg om het besluit te wijzigen.
Verder werd het beroep op het arrest Bahaddar en het Europese evenredigheidsbeginsel verworpen, omdat de eigen verklaringen van eiser het uitgangspunt vormen en geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangetoond die een herbeoordeling rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.