ECLI:NL:RBDHA:2019:6914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat een eerdere aanvraag was afgewezen en onherroepelijk was geworden. Hij beriep zich opnieuw op problemen zoals bloedwraak, een veroordeling in Turkije en etnische discriminatie, en voegde kopieën van documenten toe ter onderbouwing. Verweerder wees de aanvraag af op grond dat de stukken en verklaringen geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die een afwijking van het eerdere besluit rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog dat het begrip ‘nieuwe elementen of bevindingen’ gelijk is aan ‘nieuw gebleken feiten of omstandigheden’ en dat deze feiten na het eerdere besluit moeten zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. Verweerder had het voornemen aan de gemachtigde van eiser gestuurd, wat conform de Vreemdelingencirculaire is, en eiser had de mogelijkheid om originele documenten tijdig aan te leveren of uitstel te vragen, wat niet is gedaan.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet onzorgvuldig of in strijd met de goede procesorde had gehandeld en dat de overgelegde stukken geen nieuwe feiten bevatten die tot een andere beoordeling leiden. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.