ECLI:NL:RBDHA:2019:6891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens onvoldoende geloofwaardige vrees voor vervolging in Egypte
Eiser, een Egyptische nationaliteit, vroeg asiel aan met het verhaal dat hij in 1991 en 1992 vanwege politieke demonstraties in Egypte was gedetineerd en gemarteld. Hij vreesde vanwege zijn activiteiten op Facebook tegen het Egyptische regime en bedreigingen aan zijn familie een levenslange gevangenisstraf of de dood bij terugkeer.
Verweerder stelde dat hoewel de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig waren, de actuele vrees voor vervolging niet aannemelijk was. Eiser verbleef sinds 1992 grotendeels illegaal in Nederland en België zonder eerder bescherming te zoeken. Ook waren zijn Facebook-activiteiten onvoldoende onderbouwd en ontbrak bewijs van bedreigingen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat het gezinsleven in Egypte kan worden voortgezet en eiser zijn verblijf in Nederland illegaal voortzette.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en oplegging van een inreisverbod van twee jaar gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen met een inreisverbod van twee jaar.