ECLI:NL:RBDHA:2019:6883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat Spanje niet langer verantwoordelijk was omdat meer dan twaalf maanden waren verstreken sinds zijn illegale grensoverschrijding en dat hij minderjarig zou zijn, waardoor Nederland de aanvraag zou moeten behandelen.
De rechtbank oordeelde dat op het moment van indiening van de aanvraag nog geen twaalf maanden waren verstreken sinds de illegale inreis in Spanje, zodat Spanje verantwoordelijk bleef. Daarnaast was er twijfel over de minderjarigheid van eiser; Spaanse registratie gaf een geboortedatum aan die hem meerderjarig maakte. Eiser kon dit niet met identificerende documenten onderbouwen, waardoor verweerder terecht uitging van de Spaanse registratie.
Verder werd het beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de verwijzing naar het VN-Mensenrechtencomité en het AIDA-rapport verworpen. De rechtbank stelde dat verweerder mocht aannemen dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit niet het geval zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van behandeling van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Spanje verantwoordelijk blijft en de minderjarigheid niet is aangetoond.