ECLI:NL:RBDHA:2019:6867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom en tatoeage
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bewering dat hij zich in Nederland tot het christendom heeft bekeerd en een kruis als tatoeage heeft laten zetten. Deze aanvraag volgde op een eerdere, eveneens afgewezen, asielaanvraag waarin eiser stelde een afvallige van de islam te zijn.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser niet aannemelijk kon maken dat zijn bekering geloofwaardig was. Eiser kon geen consistent en coherent verhaal geven over zijn motieven, het proces van bekering, zijn kennis van het christendom, noch over zijn kerkelijke betrokkenheid. Ook was de tatoeage onvoldoende onderbouwd als permanent en op een moeilijk te bedekken plaats.
De rechtbank overwoog dat van een vreemdeling wiens bekering ongeloofwaardig is, kan worden verlangd dat hij geloofsuitingen, zoals tatoeages, bedekt houdt. Daarnaast was het risico op ontdekking van de tatoeage bij terugkeer naar Iran onvoldoende concreet en aannemelijk gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs van permanente tatoeage.