ECLI:NL:RBDHA:2019:6865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring na afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiser, van Servische nationaliteit, kreeg op 18 april 2019 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 29 mei 2019 verlengd. De asielaanvraag van eiser werd op 28 mei 2019 afgewezen als niet ontvankelijk. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat vanaf de datum van afwijzing van de asielaanvraag geen sprake meer was van rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, Vw. Hierdoor kon de maatregel van bewaring niet worden voortgezet of verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De verwijzing van verweerder naar Europese jurisprudentie over verblijf na afwijzing is volgens de rechtbank niet gelijk te stellen met rechtmatig verblijf in de zin van de Vw.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van €3.360,- voor 42 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten van €1.024,- aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven omdat na afwijzing van de asielaanvraag geen rechtmatig verblijf meer bestond, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.