ECLI:NL:RBDHA:2019:6845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens veilig land van herkomst Algerije
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij werd lastiggevallen en mishandeld door buren die hem wilden betrekken bij drugshandel. Hij vluchtte na mishandelingen en een politieonderzoek tegen hem in Algerije.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van het oordeel dat Algerije een veilig land van herkomst is, waarbij verweerder de verklaringen van eiser over zijn identiteit en nationaliteit volgde, maar zijn beweringen over bedreigingen en problemen bij uitreis niet geloofwaardig achtte. De rechtbank onderschreef dit standpunt en verwees naar eerdere jurisprudentie die Algerije als veilig land aanmerkt, behalve voor LHBTI-personen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt in Algerije en dat hij onvoldoende documenten had overgelegd. Ook het feit dat hij via meerdere Europese landen reisde zonder daar asiel aan te vragen, ondermijnt zijn noodzaak tot bescherming.
Ten aanzien van het opgelegde inreisverbod van twee jaar overwoog de rechtbank dat verweerder daartoe verplicht is op grond van de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit, en dat persoonlijke ontwikkelingswensen van eiser geen reden zijn om hiervan af te zien.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen met oplegging van een inreisverbod van twee jaar.