ECLI:NL:RBDHA:2019:6841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en gezinsvorming
Eiser, een Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende in Duitsland een verzoek om internationale bescherming in. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat er sprake is van gezinsvorming met een zwangere partner in Duitsland, waardoor het verzoek toch in Nederland behandeld zou moeten worden.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat Duitsland zijn verplichtingen niet zal nakomen. Ook is onvoldoende aangetoond dat er sprake is van een gezin zoals bedoeld in de Dublinverordening, noch van een duurzame relatie.
Daarnaast vond de rechtbank dat de medische gronden onvoldoende waren onderbouwd om van bevoegdheidsoverdracht gebruik te maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter E.S.G. Jongeneel op 22 mei 2019 en kan binnen een week worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.