Uitspraak
REchtbank den haag
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder de ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand en het zonder toestemming onderverhuren van de woning via AirBnB. De huurovereenkomst is gesloten met een huurprijs van €998 per maand, met een huurvrije periode van twee maanden in verband met renovatiewerkzaamheden door de huurder.
De verhuurder stelt dat de huurachterstand en het onderverhuren zonder toestemming ernstige tekortkomingen vormen die ontbinding rechtvaardigen. De huurder betwist dit en voert onder meer aan dat de achterstand inmiddels grotendeels is voldaan, dat de onderverhuur slechts incidenteel en zonder overlast heeft plaatsgevonden, en dat de huurovereenkomst mondeling is gesloten zonder toepasselijkheid van de algemene voorwaarden.
De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen niet zodanig ernstig zijn dat ontbinding gerechtvaardigd is. De onderverhuur is gestopt na aanmaning en heeft geen overlast veroorzaakt. De huurachterstand is gering en niet spoedeisend. Tevens is de boetebepaling in de huurovereenkomst deels onredelijk en strijdig met de goede zeden. De vorderingen worden daarom afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van huurachterstand en boetes worden afgewezen.