ECLI:NL:RBDHA:2019:6631
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en problemen in Ghana
Eiser, een Ghanees, heeft asiel aangevraagd op grond van zijn homoseksualiteit en de problemen die hij daardoor in Ghana zou ondervinden. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid werd bedreigd en mishandeld, waarna hij zijn land verliet.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij homoseksueel is en dat hij hierdoor reëel gevaar loopt. De rechtbank oordeelde dat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn seksuele geaardheid en onvoldoende diepgaand inzicht gaf in zijn persoonlijke gevoelens en de risico’s die hij zou lopen.
Ook de door eiser overgelegde verklaring van zijn partner kon de ongeloofwaardigheid niet wegnemen. Daarnaast vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiser de risico’s van openlijke relaties in een homofobe samenleving zou nemen zonder voorzorgsmaatregelen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het beroep geen schorsende werking heeft en dat eiser een voorlopige voorziening moet aanvragen om in Nederland te mogen blijven tijdens de beroepsprocedure.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksualiteit en de daaraan verbonden problemen.