Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, vroeg op 2 september 2018 een visum voor kort verblijf aan voor een zakelijk bezoek aan een Nederlands bedrijf. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag op 17 september 2018 af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het verblijfsdoel en twijfel over het voornemen om tijdig terug te keren.
Eiser maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond wat het doel en de zakelijke banden zijn met het Nederlandse bedrijf. De overgelegde e-mail van de directeur van het Nederlandse bedrijf bevestigt juist dat het doel van het bezoek onduidelijk is en er geen programma is opgesteld.
Daarnaast is het niet toegelicht waarom een visum voor meerdere binnenkomsten is aangevraagd. De enkele stelling dat gezinsleden in Egypte verblijven, is onvoldoende om het voornemen tot tijdige terugkeer aannemelijk te maken.
De rechtbank stelt dat het aan eiser is om zijn verblijfsdoel en terugkeer aannemelijk te maken en dat verweerder een ruime beoordelingsruimte heeft. De rechtbank volgt het betoog van eiser over onvoldoende motivering en hoorplicht niet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum wordt ongegrond verklaard.