ECLI:NL:RBDHA:2019:6498
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan verblijfsdoel
Eiser had sinds 2 augustus 2017 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf als familie- of gezinslid bij een referent. Verweerder heeft deze vergunning ingetrokken per 4 juni 2018, de datum waarop de relatie tussen eiser en de referent is verbroken.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, maar heeft zijn gestelde problemen en psychische klachten niet met bewijs onderbouwd. Verweerder zag daarom geen reden om van intrekking af te zien.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het bezwaar is terecht als kennelijk ongegrond afgedaan.
De uitspraak is mondeling gedaan op 13 juni 2019 te Middelburg door rechter J.F.I. Sinack.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.