ECLI:NL:RBDHA:2019:6485
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende medische stukken en inreisverbod
Eiseres, met de Congolese nationaliteit, diende op 15 november 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en geen compleet medisch dossier had overgelegd, waardoor geen advies van het Bureau Medische Advisering kon worden ingewonnen.
Eiseres voerde onder meer aan dat het bestreden besluit geen formele rechtskracht zou hebben vanwege het ontbreken van een handtekening, dat zij risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Congo, en dat het opgelegde inreisverbod onterecht was. De rechtbank oordeelde dat het besluit wel formeel rechtsgeldig was, dat asielgerelateerde gronden niet in deze reguliere procedure konden worden beoordeeld, en dat het inreisverbod terecht was opgelegd vanwege een eerder terugkeerbesluit en het niet naleven van de vertrekplicht.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het verweerschrift van verweerder te laat was ingediend en daarom buiten beschouwing werd gelaten, maar dat dit niet afdeed aan de gegronde afwijzing van de aanvraag. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische stukken en een rechtmatig opgelegd inreisverbod.