ECLI:NL:RBDHA:2019:6466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: Algerije veilig land van herkomst en juiste meerderjarigheidstoetsing
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 29 mei 2019, waarbij eiser niet aanwezig was. Eiser stelde dat hij ten onrechte als meerderjarige werd beschouwd en dat Algerije geen veilig land van herkomst is vanwege problemen met de politie.
De rechtbank oordeelde dat de meerderjarigheidstoetsing niet uitsluitend op uiterlijke kenmerken was gebaseerd, maar ook op het gedrag van eiser, zoals vastgelegd in het proces-verbaal van de AVIM en het aanmeldgehoor. De rechtbank verwierp het beroep op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omdat verweerder een zorgvuldige beoordeling had gemaakt.
Verder bevestigde de rechtbank dat Algerije als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De enkele persoonlijke problemen van eiser met de politie waren onvoldoende om deze status te betwisten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier M. van Andel op 6 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.