ECLI:NL:RBDHA:2019:6456

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2019
Publicatiedatum
28 juni 2019
Zaaknummer
AWB 18 / 7500
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding in visumzaak

De opposant had een beroepschrift ingediend tegen een besluit, maar dit was niet tijdig ontvangen, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De opposant stelde dat de vertraging in postbezorging in Marokko de reden was voor de termijnoverschrijding en verzocht om inhoudelijke behandeling van zijn zaak.

De rechtbank beoordeelde het verzet op grond van artikel 8:55 Awb Pro en oordeelde dat het verzet ongegrond was omdat de opposant niet aannemelijk had gemaakt wanneer hij de beschikking op bezwaar had ontvangen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.

De rechtbank handhaafde de eerdere uitspraak en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen zitting gehouden omdat de opposant in Marokko verbleef en geen verzoek had gedaan om te worden gehoord. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 18/7500

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak van

[naam], opposant

Overwegingen

1. Bij uitspraak van deze rechtbank van 2 mei 2019 met bovengenoemd zaaknummer is het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en omdat eiser geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding heeft gegeven.
2. Bij brief van 13 mei 2019, door de rechtbank ontvangen op 22 mei 2019, heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak. De rechtbank ziet op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb aanleiding om uitspraak te doen zonder zitting omdat opposant in Marokko verblijft en niet heeft verzocht over het verzet te worden gehoord.
3. Opposant voert aan dat hij niet in staat was om tijdig te reageren omdat de postbezorging in Marokko trager verloopt dan in Nederland. Hij verzoekt de rechtbank zijn zaak alsnog inhoudelijk te behandelen.
4. In verzet kan slechts worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. Het verzetschrift geeft geen aanleiding voor het oordeel dat dit niet het geval is geweest. De gestelde omstandigheid dat de termijnoverschrijding is veroorzaakt door de trage Marokkaanse postbezorging maakt nog niet dat de termijnoverschrijding ook verschoonbaar is. Dat laatste is in dit geval niet vast te stellen doordat opposant heeft nagelaten om te onderbouwen op welke datum hij de beschikking op bezwaar wel heeft ontvangen.
5. Het verzet is ongegrond, zodat de uitspraak van 2 mei 2019 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.