Op 26 september 2017 werd een advocaat op haar kantoor in Zoetermeer met een mes aangevallen door een onbekende dader. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan deze poging tot moord en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door het vervoeren van de dader.
Tijdens het onderzoek en de terechtzittingen heeft de officier van justitie gevorderd tot vrijspraak wegens onvoldoende bewijs. De verdediging stelde eveneens dat er geen bewijs was voor poging tot moord of zwaar lichamelijk letsel met voorbedachten rade, noch voor opzet op medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat de rol van verdachte als illegaal taxichauffeur onvoldoende bewijs leverde voor bewuste en nauwe samenwerking met de dader. Ook ontbrak het bewijs dat verdachte wist van de criminele intenties, waardoor opzet op het misdrijf en op de behulpzaamheid niet kon worden bewezen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard. Elk van de partijen draagt de eigen kosten van de procedure.