Eiser, een jezidi uit Irak, verzocht asiel nadat hij in 2014 met zijn familie was gevlucht voor Islamitische Staat en verbleef tot 2018 in het vluchtelingenkamp Bersewe in de Koerdische Autonome Regio (KAR). De minister wees het verzoek af, stellende dat eiser geen reëel risico op vervolging of ernstige schade liep en dat terugkeer naar de KAR mogelijk was.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen reëel risico op ernstige schade zou lopen bij terugkeer. Het beroep verwijst naar een rapport van het EASO waarin wordt gesteld dat jezidi’s in de KAR worden blootgesteld aan discriminatie, gedwongen assimilatie, detentie en deportatie. De minister heeft dit niet adequaat weersproken.
De rechtbank acht het vluchtelingenkamp Bersewe geen normale woon- en verblijfsplaats vanwege de verslechterende omstandigheden en afhankelijkheid van hulp. Daarom wordt het besluit vernietigd en moet de minister een nieuw besluit nemen. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.